ECLI:NL:CRVB:2016:2042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding bankrekeningen minderjarige kinderen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en meldde niet tijdig meerdere bankrekeningen op haar naam en die van haar minderjarige kinderen aan het college. Het college trok de bijstand over december 2010 in, herzag de bijstand over mei en juli 2011 en vorderde te veel betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij geen zeggenschap had over de bankrekening van haar dochter, maar de Raad oordeelde dat zij als wettelijk vertegenwoordiger volledige beschikking had over deze rekening. De enkele verklaring van haar echtgenoot dat hij beheer voerde was onvoldoende om dit te weerleggen.
De Raad concludeerde dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het college terecht de bijstand heeft ingetrokken, herzien en teruggevorderd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking, herziening en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van bankrekeningen.