ECLI:NL:CRVB:2016:2052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vergoeding scootmobiel ondanks diefstal wegens niet-naleving verzekeringsplicht
Appellant ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een persoonsgebonden budget (pgb) voor een scootmobiel met een looptijd van zes jaar, inclusief de verplichting een cascoverzekering af te sluiten. Na diefstal van de scootmobiel deed appellant een nieuwe aanvraag voor vergoeding, die door het college werd afgewezen omdat de oorspronkelijke voorziening nog binnen de looptijd viel en appellant niet aan de verzekeringsplicht had voldaan.
Het college wees het bezwaar af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de leverancier, verzekeringstussenpersoon en het college hem hadden moeten informeren over de risico’s van het ontbreken van cascodekking en dat de hardheidsclausule toegepast moest worden.
De Raad oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De verplichting tot cascoverzekering was duidelijk opgelegd en het niet naleven daarvan kwam voor rekening van appellant. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag voor vergoeding van een nieuwe scootmobiel wordt afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de verzekeringsplicht en geen bijzondere omstandigheden voor toepassing van de hardheidsclausule zijn aangetoond.