ECLI:NL:CRVB:2016:2083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering IOAZ-uitkering wegens schending inlichtingenplicht en hervatten bedrijf
Appellante had een IOAZ-uitkering toegekend gekregen na beëindiging van haar bedrijf. Na signalen dat zij teken- en schildercursussen gaf, stelde het college een onderzoek in. Dit leidde tot de conclusie dat appellante activiteiten verrichtte die overeenkwamen met haar eerdere bedrijf, zonder dit te melden.
Het college trok de uitkering in en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. Appellante voerde aan dat zij slechts haar pand verhuurde en dat contante stortingen afkomstig waren van privéverkopen en leningen.
De Raad oordeelde dat de activiteiten verder gingen dan enkel verhuur, waaronder het organiseren van cursussen, innen van cursusgelden en verzorgen van faciliteiten. Hierdoor was sprake van hervatting van arbeid in bedrijf of beroep, wat de uitkeringsrecht uitsluit. Ook was de inlichtingenplicht geschonden, rechtvaardigend de intrekking en terugvordering.
De Raad vond geen dringende redenen om terugvordering te matigen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de IOAZ-uitkering bevestigd.