ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering Ioaz-uitkering wegens hervatting arbeid in bedrijf
Appellant ontving een Ioaz-uitkering nadat hij zijn eenmanszaak had beëindigd. Het College stelde echter vast dat appellant zijn werkzaamheden in de fotobranche had voortgezet via een Ltd., en dat hij niet in loondienst was zoals hij had gesteld.
Het College trok de uitkering in en vorderde deze terug omdat appellant niet had voldaan aan de inlichtingenplicht en zijn arbeid in bedrijf had hervat. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat de formele constructie van de arbeid niet doorslaggevend is en dat de feitelijke voortzetting van de werkzaamheden leidde tot het verlies van het recht op uitkering. Tevens werd vastgesteld dat er sprake was van een schending van de redelijke termijn, maar dat appellant zich hiervoor tot de burgerlijke rechter moet wenden.
Het verzoek om schadevergoeding wegens de lange procedure werd afgewezen. De Raad zag ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de Ioaz-uitkering wegens hervatting van arbeid in bedrijf en wijst het verzoek om schadevergoeding af.