Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2021 in de zaak tussen
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de rechter is verhinderd deze
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser ontving vanaf 1 maart 2017 een IOAZ-uitkering, maar deze werd ingetrokken omdat hij zijn bedrijfsactiviteiten niet had beëindigd. Verweerder vorderde vervolgens de ten onrechte ontvangen uitkering van €24.405,05 terug. Eiser stelde beroep in tegen de terugvordering en voerde aan dat hij de bedrijfsactiviteiten niet voortzette, dat er dringende redenen waren om niet terug te vorderen en dat de terugvordering disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat eiser feitelijk dezelfde bedrijfsactiviteiten bleef verrichten ondanks formele overdracht en geen dienstverband, waardoor de uitsluitingsgrond van artikel 6 IOAZ Pro van toepassing is. De aangevoerde dringende redenen, zoals leeftijd, medische beperkingen en financiële problemen, waren onvoldoende onderbouwd om van terugvordering af te zien.
Ook het beroep dat de terugvordering in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel faalde, omdat de terugvordering een dwingendrechtelijke verplichting is en bijzondere omstandigheden niet aannemelijk waren gemaakt. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de IOAZ-uitkering wordt ongegrond verklaard.