ECLI:NL:CRVB:2016:2128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken toestemming voor opvragen brongegevens Wtcg
Appellant ontving van het CAK een besluit tot toekenning van een lage tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) voor 2012. Appellant maakte bezwaar en verzocht om inzage in de gegevens waarop het besluit was gebaseerd. Het CAK wees appellant er meerdere malen op dat hij toestemming moest geven voor het opvragen van deze gegevens bij andere instanties. Appellant gaf geen toestemming en diende geen gronden van bezwaar in.
Het CAK verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden binnen de gestelde termijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het CAK conform artikel 6:6 Awb Pro het bezwaar niet-ontvankelijk mocht verklaren omdat appellant de gelegenheid had gehad het verzuim te herstellen maar geen gebruik maakte van de geboden kansen.
Appellant stelde in hoger beroep dat het CAK geen toestemming nodig had voor het opvragen van de gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de uitleg van artikel 4, eerste lid, Wtcg dat het CAK alleen met toestemming van de verzoeker de brongegevens mag opvragen. Daarom was het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.