ECLI:NL:CRVB:2016:2312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid financiële situatie
Appellante heeft in juni 2013 een aanvraag om bijstand ingediend, waarbij zij verklaarde te leven van spaargeld en familieondersteuning. Het dagelijks bestuur vroeg nadere bewijsstukken over haar financiële situatie sinds het overlijden van haar echtgenoot in 2010. Appellante overhandigde bankafschriften vanaf september 2012, maar kon geen verifieerbare gegevens over het spaargeld of leningen overleggen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de aanvraag afgewezen.
In oktober 2013 diende appellante een nieuwe aanvraag in, maar ook hierbij slaagde zij er niet in met objectieve bewijsstukken aan te tonen hoe zij in haar levensonderhoud voorzag. Verklaringen van derden over leningen en giften waren onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken.
De Raad benadrukte dat een aanvrager de feiten en omstandigheden die het recht op bijstand rechtvaardigen aannemelijk moet maken en volledige openheid moet geven. Het bijstandverlenend orgaan mag gegevens over de periode voorafgaand aan de aanvraag opvragen om de financiële situatie te beoordelen. Omdat appellante niet aan deze verplichtingen voldeed, was afwijzing terecht. Ook was er geen sprake van gewijzigde omstandigheden bij de tweede aanvraag.
De Raad concludeerde dat de aanvragen terecht zijn afgewezen en dat het dagelijks bestuur correct heeft gehandeld. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie en het ontbreken van gewijzigde omstandigheden.