Uitspraak
14.3971 WWB, 16/2854 WWB
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 20 januari 2016 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen vanaf 1 mei 2006 een AOW-pensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) van de Sociale verzekeringsbank (Svb). In 2013 maakten zij melding van een stuk grond in Suriname, waarop de Svb besloot de AIO-aanvulling vanaf 1 januari 2009 in te trekken en de ten onrechte betaalde bedragen terug te vorderen.
Appellanten betwistten dit besluit en overlegden meerdere taxatierapporten met uiteenlopende waarderingen van het perceel. De Svb stelde dat appellanten onvoldoende gegevens hadden verstrekt om de waardeontwikkeling van het onroerend goed vast te stellen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij recht hadden op de AIO-aanvulling, mede door de onduidelijkheid veroorzaakt door de verschillende taxatierapporten en het ontbreken van gegevens over de waardeontwikkeling vanaf 1 januari 2009.
Daarnaast oordeelt de Raad over een bijkomende beschikking betreffende de vaststelling van de maandelijkse aflossingsverplichting, waarbij het beroep ongegrond wordt verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling en verklaart het beroep tegen de bijkomende beschikking ongegrond.