ECLI:NL:CRVB:2016:2322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.T.H. Zimmerman
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens onrechtmatige zinsnede in besluit WWB
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en verzocht om ontheffing van arbeidsverplichtingen en vergoeding van thuisstudiekosten. Het college wees deze verzoeken af, waarbij in het besluit een gewraakte zinsnede over de verwekker van haar zoon was opgenomen. Na bezwaar en beroep werd het besluit vernietigd vanwege het ontbreken van toepassing van artikel 9a WWB en de zinsnede verwijderd.
Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding wegens de onrechtmatige zinsnede. De rechtbank kende haar €300,- toe voor immateriële schade. In hoger beroep betoogde zij dat deze vergoeding onvoldoende was en stelde een bedrag van €3.504.000,- te vorderen wegens verergerde gezondheidsklachten en juridische procedures.
De Raad overwoog dat het causaal verband tussen de gevorderde schade en het onrechtmatige besluit ontbrak, omdat het college de zinsnede tijdig had ingetrokken. De door de rechtbank toegekende vergoeding compenseerde de immateriële schade voldoende. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 juni 2016.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; schadevergoeding van €300,- blijft gehandhaafd wegens ontbreken causaal verband.