ECLI:NL:CRVB:2016:2333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding studieschuld wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant had bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een verzoek ingediend tot kwijtschelding van zijn studieschuld, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij stelde dat hij niet de mogelijkheid had gekregen te reageren op het advies van de medisch adviseur en dat hij vanwege zijn ernstige geestelijke handicap en het ontvangen van een Wajong-uitkering in aanmerking zou moeten komen voor kwijtschelding.
De Raad overwoog dat de Wet studiefinanciering 2000 alleen kwijtschelding toestaat bij het einde van de aflosfase of overlijden, maar dat de minister op basis van een hardheidsclausule een beleid voert dat kwijtschelding verleent aan debiteuren in medisch uitzichtloze situaties. Uit het medisch advies bleek echter dat appellant niet ernstig geestelijk gehandicapt is en functionele mogelijkheden tot arbeid heeft.
De Raad stelde vast dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijking van het beleid rechtvaardigen. Appellant heeft sinds 2002 geen aflossingen hoeven doen en maakt gebruik van de draagkrachtmeting. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de studieschuld wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.