ECLI:NL:CRVB:2016:2338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening dagloon bij WIA-uitkering ondanks traject arbeidsinschakeling
Appellante was in de referteperiode werkzaam bij twee werkgevers en nam deel aan een traject gericht op arbeidsinschakeling. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde het dagloon vast op basis van het loon bij de eerste werkgever, volgens de hoofdregel van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden om als starter of herintreder te worden aangemerkt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat een restrictieve uitleg van artikel 6 van Pro het Besluit niet strookt met de bedoeling van de wetgever, maar trok haar grond over de hoogte van het dagloon in.
De Raad oordeelde dat de wettelijke bepalingen en vaste jurisprudentie een restrictieve uitleg vereisen, waarbij loon in de eerste maand van de referteperiode uitsluit dat iemand als starter/herintreder wordt aangemerkt. De omstandigheid dat appellante geen keuze had bij het aangaan van het traject leidt niet tot afwijking van de hoofdregel.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Vergoeding van wettelijke rente en proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de dagloonberekening volgens de hoofdregel en wijst het hoger beroep af.