ECLI:NL:CRVB:2016:2345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellant, voormalig bouwopruimer, ontving een Ziektewetuitkering die door het UWV werd beëindigd op grond van geschiktheid voor arbeid. Na diverse medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en psychiaters, werd vastgesteld dat appellant weliswaar psychische en knieklachten heeft, maar niet zodanig ernstig dat hij zijn werk niet kan verrichten.
De rechtbank had het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaard, waarbij zij de medische rapporten en verklaringen van behandelaars en experts zorgvuldig had meegewogen. Appellant stelde in hoger beroep dat de ernst van zijn klachten werd onderschat en verzocht om benoeming van een deskundige voor nader onderzoek.
De Raad concludeerde dat het rapport van de expert-psychiater geen doorslaggevende rol had gespeeld en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn oordeel baseerde op meerdere medische bevindingen. Het aanvullende neuropsychologisch rapport van 2015 bood geen aanleiding tot ander oordeel. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat de klachten zodanig zijn dat appellant zijn functie niet kan vervullen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen vergoeding van wettelijke rente of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.