Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:247

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 januari 2016
Publicatiedatum
21 januari 2016
Zaaknummer
14-6061 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging functiewaardering Algemeen medewerker facilitair bedrijf op schaal 7

Appellant, werkzaam als Algemeen medewerker facilitair bedrijf, verzocht om herwaardering van zijn functie binnen het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie. De korpschef had de functie gewaardeerd op schaal 7, aansluitend bij de referentiefunctie Voorman, ondanks dat appellant meende dat aansluiting bij de referentiefunctie Chef Facilitaire Zaken (schaal 9) meer passend was.

De korpschef stelde dat de organieke functie onvoldoende overeenkomsten vertoonde met de referentiefunctie Chef Facilitaire Zaken, omdat deze functie gericht is op hiërarchisch leidinggeven aan een afdeling met diverse specialismen, terwijl appellant slechts operationele leiding gaf aan enkele medewerkers. De adviescommissie had een ander advies gegeven, maar de korpschef bleef bij zijn standpunt.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat de leidinggevende taken in de organieke functie niet overeenkomen met het niveaubepalende element van de referentiefunctie Chef Facilitaire Zaken en dat de waardering op schaal 7 niet onhoudbaar is. Het hoger beroep werd verworpen zonder toekenning van proceskosten.

Uitkomst: De waardering van de functie Algemeen medewerker facilitair bedrijf op schaal 7 wordt bevestigd.

Uitspraak

14/6061 AW
Datum uitspraak: 21 januari 2016
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 oktober 2014, 14/5048 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de korpschef van politie (korpschef)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R. Radema hoger beroep ingesteld.
De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2015. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Radema en [X.]. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.H.A. Nathans en R.M.M. Paulssen.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellant is werkzaam in de organieke functie van Algemeen medewerker facilitair bedrijf (Algemeen medewerker FB, organieke functie). Nadat de korpschef het voornemen had geuit appellant in het kader van de overgang naar het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie te matchen met de functie van Gespecialiseerd Medewerker A (schaal 7), heeft hij in augustus 2013 een verzoek ingediend om herwaardering van de door hem uitgeoefende organieke functie.
1.2.
Bij besluit van 3 september 2013 heeft de korpschef meegedeeld dat schaal 7 nog steeds moet worden gezien als het gerechtvaardigde functiewaarderingsniveau voor de functie Algemeen medewerker FB. De korpschef heeft de organieke functie gewaardeerd met toepassing van de instructieregels van het systeem van functiewaardering Nederlandse politie (instructieregels). Volgens de korpschef is de Voorman (schaal 6) uit de subreeks Technische Zaken de toepasselijke referentiefunctie. Vanwege de coördinerende/dagelijks leidinggevende taken in de organieke functie is gekeken naar de referentiefunctie Chef Facilitaire Zaken (Chef FZ, schaal 9) uit de subreeks Leiding. Met deze referentiefunctie bestaan echter onvoldoende overeenkomsten, omdat deze functie is geschreven voor het hiërarchisch leidinggeven aan een (complete) afdeling. Aan het niveaubepalende element “Geven van operationele leiding aan een afdeling met diverse specialismen” wordt niet over de volle breedte voldaan. Omdat het niveaubepalende element “Coördineren van werkzaamheden op het gebied van huisvesting, beheer en onderhoud” wel terugkomt in de organieke functie, bestaat aanleiding de organieke functie te waarderen op één schaal hoger dan de schaal van de referentiefunctie Voorman.
1.3.
Bij besluit van 21 maart 2014 (bestreden besluit) heeft de korpschef, in afwijking van het advies van de Commissie van Advies bezwaren functiewaardering Politie (adviescommissie), het bezwaar tegen het besluit van 3 september 2013 ongegrond verklaard. Volgens de korpschef heeft de adviescommissie in strijd met de instructieregels aansluiting gezocht bij de referentiefunctie Chef FZ, omdat deze functie niet substantieel overeenkomt met de organieke functie Algemeen medewerker FB. Ten overvloede is de organieke functie nog gewaardeerd met toepassing van het Technisch Systeem functiewaardering Nederlandse politie. Ook de uitkomst daarvan leidt volgens de korpschef tot een waardering van deze functie in schaal 7.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft de korpschef op goede gronden kunnen concluderen dat de organieke functie Algemeen medewerker FB het meest overeenkomt met de referentiefunctie Voorman, omdat bij deze referentiefunctie net als in de organieke functie sprake is van operationeel leidinggeven, terwijl in de referentiefunctie Chef FZ sprake is van hiërarchisch leidinggeven.
3. Appellant heeft in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat in de referentiefunctie Chef FZ sprake is van hiërarchisch leidinggeven. In deze referentiefunctie is volgens appellant net als in de organieke functie Algemeen medewerker FB sprake van operationeel leidinggeven.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 13 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2732) is de rechterlijke toetsing bij functiewaardering terughoudend. De rechter moet beoordelen of de waardering op voldoende gronden berust. Dit betekent dat de bestreden waardering niet in stand kan blijven als deze onhoudbaar is. Daarvoor is ontoereikend dat een andere waardering op zichzelf verdedigbaar is.
4.2.
Anders dan de rechtbank en met appellant is de Raad van oordeel dat uit de beschrijving van de referentiefunctie Chef FZ niet blijkt dat in deze functie sprake is van een andere vorm van leidinggeven dan operationeel leidinggeven. Wel volgt de Raad de korpschef dat de organieke functie Algemeen medewerker FB niet voldoet aan het niveaubepalende element “Geven van operationele leiding aan een afdeling met diverse specialismen” van de referentiefunctie Chef FZ. Volgens de functiebeschrijving van de organieke functie Algemeen medewerker FB bestaat de coördinatie/dagelijkse leiding namelijk uit de dagelijkse verdeling van het werk van enkele medewerkers binnen een afdeling. Van het geven van leiding aan een afdeling met diverse specialismen is in de organieke functie dus geen sprake. Dat betekent dat de organieke functie Algemeen medewerker FB slechts aan één van de drie niveaubepalende elementen van de referentiefunctie Chef FZ voldoet. Het standpunt van de korpschef dat de organieke functie onvoldoende overeenkomsten vertoont met deze referentiefunctie, zodat voor de waardering moet worden aangesloten bij de referentiefunctie Voorman, is dan ook niet onhoudbaar.
4.3.
Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking, gelet op wat onder 4.2 is overwogen met verbetering van de gronden.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en J.J.A. Kooijman en
W.J.A.M. van Brussel als leden, in tegenwoordigheid van S.W. Munneke als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2016.
(getekend) E.J.M. Heijs
(getekend) S.W. Munneke

HD