ECLI:NL:CRVB:2016:2479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- R.E. Bakker
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen IVA-uitkering toe te kennen, omdat haar arbeidsongeschiktheid niet als volledig duurzaam werd beschouwd. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische beoordeling van het UWV zorgvuldig was en dat er een reële kans op verbetering van de belastbaarheid bestond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de prognose van de behandelend psychiater en het toepasselijke beleid een IVA-uitkering rechtvaardigden, omdat verbetering van haar belastbaarheid met grote waarschijnlijkheid was uitgesloten. De Raad oordeelde echter dat de medische feiten en omstandigheden op de datum in geding, 10 november 2013, een meer dan geringe kans op verbetering toonden, mede vanwege de noodzaak van een langdurige en intensieve behandeling die appellante destijds nog niet had aangevangen.
De Raad benadrukte dat het bij de beoordeling gaat om de situatie en prognose op het moment van de beslissing, niet om latere ontwikkelingen. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de IVA-uitkering bevestigd.