ECLI:NL:CRVB:2016:2554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terechte terugvordering te veel uitgekeerd persoonsgebonden budget door Zorgkantoor
Appellante ontving in 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor, dat aanvankelijk werd vastgesteld op €89.185,55 en later werd verhoogd tot €114.198,25. Vervolgens corrigeerde het Zorgkantoor dit bedrag naar €86.234,24 en vorderde een bedrag van €57.130,04 terug wegens te veel uitbetaald budget.
Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, waarop het Zorgkantoor het bezwaar deels gegrond verklaarde en stelde dat zij er op mocht vertrouwen dat het pgb €114.198,25 bedroeg, maar dat een bedrag van €26.391,64 ten onrechte was uitbetaald en teruggevorderd moest worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij mocht vertrouwen op het hogere bedrag van €141.082,95 en dat zij dit volledig mocht besteden aan zorg. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen waren gedaan door het Zorgkantoor. Bovendien was er geen strijd met rechtszekerheid omdat het pgb in opeenvolgende besluiten steeds rond €114.198,25 was vastgesteld.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van het te veel uitgekeerde bedrag is terecht.