ECLI:NL:CRVB:2016:2555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op hoger vastgesteld persoonsgebonden budget voor 2012
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar persoonsgebonden budget (pgb) voor het jaar 2012 door het Zorgkantoor. Het Zorgkantoor had het pgb aanvankelijk vastgesteld op €85.794,79 en dit later verhoogd naar €90.951,93, inclusief een coulancebedrag van €5.048,-. Appellante stelde dat het pgb hoger vastgesteld had moeten worden, namelijk op €102.685,93.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De kern van het geschil was of appellante er op mocht vertrouwen dat het Zorgkantoor het pgb voor 2012 op een hoger bedrag zou vaststellen dan het verleende bedrag.
De Raad oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was omdat het Zorgkantoor geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen had gedaan die bij appellante gerechtvaardigde verwachtingen hadden gewekt. Ook de lopende procedure over het pgb voor 2011 kon geen rechtens te honoreren verwachtingen scheppen voor het pgb van 2012. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van het pgb op €90.951,93 wordt bevestigd.