ECLI:NL:CRVB:2016:2600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens te late loonstrooklevering
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en appellante was werkzaam bij een werkgever. Hoewel de dochter van appellanten telefonisch doorgaf dat appellante meer ging werken, leverden appellanten de loonstroken over de betreffende periodes te laat in. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag herzag de bijstand en vorderde het te veel betaalde bedrag van €3.950,14 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Appellanten voerden aan dat zij de inlichtingenverplichting niet hadden geschonden en dat het college te lang had gewacht met terugvordering, een beroep op de zesmaandenjurisprudentie. De Raad oordeelde dat de telefonische melding niet volstond voor tijdige nakoming van de inlichtingenverplichting en dat de zesmaandenjurisprudentie niet van toepassing was omdat het hier om een terugvorderingsverplichting ging, geen bevoegdheid.
De Raad concludeerde dat appellanten terecht te veel bijstand ontvingen en dat het college de bijstand moest herzien en terugvorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens te late loonstrooklevering.