ECLI:NL:CRVB:2016:2660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag directeur wegens onverenigbaarheid van karakters niet gerechtvaardigd
Betrokkene was sinds 2000 in dienst en vanaf 2008 directeur van de werkgever. Na klachten over intimidatie en een cultuuronderzoek werd een interimmanager aangesteld. Het dagelijks bestuur zegde het vertrouwen in betrokkene op en stelde ontslag op grond van artikel 8:8 EAR Pro voor. Betrokkene weigerde zonder passend werk elders te accepteren.
De rechtbank vernietigde het ontslagbesluit deels en kende een vergoeding toe. Het algemeen bestuur stelde dat sprake was van onverenigbaarheid van karakters en een impasse. De Raad oordeelt dat het algemeen bestuur onvoldoende inspanningen heeft geleverd om betrokkene elders te herplaatsen en dat geen sprake was van een situatie waarin voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet kon worden verlangd.
Het rapport Berenschot gaf geen aanleiding voor ontslag, en betrokkene handelde transparant en adequaat bij klachten. Het ontslag op grond van artikel 8:8 EAR Pro is daarom niet gerechtvaardigd. De Raad veroordeelt het algemeen bestuur tot vergoeding van kosten voor een deskundige, immateriële schadevergoeding wegens reputatieschade en proceskosten, en herroept het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het ontslag op grond van artikel 8:8 EAR wordt vernietigd en betrokkene krijgt een schadevergoeding toegekend.