ECLI:NL:CRVB:2016:2667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging ontslag politieambtenaar wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim
Betrokkene, werkzaam als politieambtenaar sinds 2008, werd op 28 april 2014 buiten functie gesteld en op 6 juni 2014 ontslagen wegens vermeend ernstig plichtsverzuim: het stelen van twee pakjes batterijen uit de dienstvoorraad. Appellant, de korpschef, baseerde dit op verklaringen van collega’s en wisselende verklaringen van betrokkene zelf.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het ontslagbesluit omdat niet vaststond dat betrokkene de batterijen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had meegenomen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Uit het interne onderzoek bleek geen bewijs dat betrokkene de batterijen privé gebruikte of meenam. De Raad oordeelt dat het plichtsverzuim onvoldoende vaststaat voor een disciplinaire maatregel.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de buitenfunctiestelling niet langer gerechtvaardigd was, omdat er negen maanden verstreken waren tussen het incident en de buitenfunctiestelling, en betrokkene in die periode zijn functie onbelemmerd had uitgeoefend. De proceskosten worden aan appellant opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juli 2016.
Uitkomst: Het ontslag en de buitenfunctiestelling van betrokkene worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs en onrechtmatigheid.