ECLI:NL:CRVB:2016:2738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning bijstand met terugwerkende kracht vanaf 9 mei 2012
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch inzake de toekenning van bijstand met terugwerkende kracht vanaf 9 mei 2012. De Raad had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin werd vastgesteld dat het college het besluit niet zorgvuldig had voorbereid en gemotiveerd, omdat het niet met terugwerkende kracht had beoordeeld of appellant aan de voorwaarden voor bijstand voldeed.
Na een nader besluit van het college waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, oordeelt de Raad dat het college het gebrek niet heeft hersteld. Het college had moeten beoordelen of appellant vanaf 9 mei 2012 recht had op bijstand, niet of er een aanvraag was gedaan. De Raad vernietigt het bestreden besluit voor de periode van 9 mei tot 24 oktober 2012 en verklaart het beroep gegrond.
De Raad wijst vervolgens zelf de bijstand toe met ingang van 9 mei 2012 en bepaalt dat het college de wettelijke rente moet vergoeden over de na te betalen bijstand. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant en dient het griffierecht te worden vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 juli 2016.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college moet bijstand toekennen met terugwerkende kracht vanaf 9 mei 2012.