ECLI:NL:CRVB:2016:2743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Y.J. Klik
- A. Stehouwer
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kasstortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB samen met zijn echtgenote. Naar aanleiding van een melding dat appellant gevolmachtigde was van twee ondernemingen, stelde de afdeling Handhaving van de Dienst Werk en Inkomen een onderzoek in. Uit dit onderzoek bleek dat appellant kasstortingen deed op zijn privérekeningen in de maanden juli 2011, februari, juni, augustus 2012 en april en mei 2013.
Het college van burgemeester en wethouders besloot de bijstand over deze maanden te herzien en terug te vorderen omdat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door de kasstortingen niet te melden en de herkomst daarvan niet aannemelijk te maken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de kasstortingen afkomstig waren van opnamen van zijn flexibel kredietrekening, een schuld die hij moest terugbetalen, en dat deze dus niet als middelen konden worden beschouwd. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kasstortingen daadwerkelijk afkomstig waren van de opnamen, mede omdat de bedragen niet overeenkwamen en de bankafschriften dit verband niet duidelijk maakten.
De Raad bevestigde dat kasstortingen met een periodiek karakter als inkomsten in de zin van de WWB moeten worden aangemerkt en dat appellant de wettelijke inlichtingenverplichting had geschonden. De intrekking en terugvordering van de bijstand was daarom terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen wordt bevestigd.