ECLI:NL:CRVB:2016:277
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over maatregel eigenrisicodrager bij weigering WIA-uitkering wegens niet melden verblijf buitenland
Appellante verbleef voor langere tijd in het buitenland zonder dit te melden aan haar werkgever, de eigenrisicodrager [B.V.]. Hierdoor schond zij haar inlichtingenplicht in het kader van de re-integratieplicht volgens artikel 27 van Pro de Wet WIA. [B.V.] legde daarop een maatregel op door de WIA-uitkering volledig te weigeren van 24 februari tot 24 april 2012.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de maatregel terecht was opgelegd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij haar informatieplicht niet had geschonden omdat haar ex-echtgenoot, tevens directeur-grootaandeelhouder van [B.V.], op de hoogte was van haar verblijf. De Raad verwierp dit en bevestigde dat zij niet aan haar meldingsplicht had voldaan.
De Raad constateerde echter dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is, met name ontbreekt een afstemming van de maatregel op de ernst van de gedraging en een motivering van hoogte en duur van de maatregel zoals vereist in artikel 90 van Pro de Wet WIA. Daarom draagt de Raad [B.V.] op het besluit te herzien binnen zes weken. De wetgever voorziet in een stelsel waarin eigenrisicodragers eigen bevoegdheden hebben, maar binnen het formeel-wettelijk kader en bestuursrechtelijke normen moeten blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schending van de inlichtingenplicht en draagt de eigenrisicodrager op het besluit te herzien wegens onvoldoende motivering.