ECLI:NL:CRVB:2016:2837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WIA-uitkering na medische herbeoordeling en deskundigenadvies
Appellant vorderde een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 21 februari 2008 en 17 september 2009. Het UWV had deze uitkeringen geweigerd op grond van medische en arbeidskundige beoordelingen die een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% vaststelden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde eerder een besluit van het UWV wegens onvoldoende medische onderbouwing en gaf opdracht tot nader onderzoek. Vervolgens werden meerdere deskundigen, waaronder neuroloog Ter Bruggen en psycholoog Goudsmit, geraadpleegd. Ter Bruggen concludeerde dat het UWV de beperkingen op onderdelen had onderschat, waarna een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd opgesteld.
De arbeidsdeskundige onderzocht de gevolgen van deze gewijzigde FML voor de voorgehouden functies en concludeerde dat appellant geschikt bleef voor diverse functies en de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef onder 35%. De Raad volgde de gemotiveerde en consistente deskundigenrapporten en verwierp de stellingen van appellant over onvoldoende rekening houden met zijn beperkingen.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraken van de rechtbank die het beroep van appellant ongegrond verklaarden en het UWV-besluit handhaafden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering per 21 februari 2008 en 17 september 2009.