ECLI:NL:CRVB:2016:2957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WIA-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten
Appellant ontving van augustus 2010 tot juni 2013 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Hij had vanaf januari 2011 tot mei 2013 inkomsten uit werk als chauffeur bij een taxibedrijf, wat hij deels had gemeld aan zijn werkcoach. Het UWV stelde de uitkering opnieuw vast en vorderde het te veel betaalde bedrag van €20.742,49 terug.
Appellant voerde aan dat hij niet redelijkerwijs kon begrijpen dat hij te veel uitkering ontving, mede omdat hij netto niet meer verdiende dan het minimumloon en hij tijdig inkomsten had doorgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht toepassing gaf aan artikel 76 van Pro de Wet WIA en dat het beleid van het UWV omtrent herziening met terugwerkende kracht consistent was toegepast. Appellant had redelijkerwijs moeten begrijpen dat hij te veel uitkering ontving, mede gelet op de informatie in het toekenningsbesluit en zijn hogere bruto inkomen dan voor arbeidsongeschiktheid.
Er was geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €20.742,49 door het UWV wegens niet opgegeven inkomsten.