ECLI:NL:CRVB:2015:4696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel ontvangen Wajong-uitkering ondanks bezwaar
Appellante ontving per 1 september 2010 een Wajong-uitkering en verrichtte vanaf 2 september 2010 werkzaamheden als leerling-hulpkok. Het UWV stelde vast dat zij te veel uitkering ontving en herzag de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 2 september 2010, gevolgd door een terugvordering van €13.915,59. Appellante en haar belangenbehartiger, haar vader, maakten bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het voor haar niet redelijkerwijs duidelijk was dat zij te veel uitkering ontving en dat het UWV op de hoogte was van haar werkzaamheden en inkomen. Ook stelde zij dat er dringende redenen waren om de terugvordering met terugwerkende kracht achterwege te laten, mede vanwege de gevolgen voor haar eigen bijdrage AWBZ.
De Raad oordeelde dat het UWV gehouden is de kortingsbepaling toe te passen zolang aan de voorwaarden is voldaan. De terugwerkende kracht kan in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel, maar in dit geval was er een belangenbehartiger die de administratie voerde en contact had met het UWV. Dit maakte de herziening met terugwerkende kracht geoorloofd. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €13.915,59 te veel ontvangen Wajong-uitkering met terugwerkende kracht.