ECLI:NL:RBOBR:2022:365
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens buitenlands ouderdomspensioen niet onrechtmatig
Eiseres ontvangt sinds mei 2020 een WIA-uitkering en heeft met terugwerkende kracht vanaf juni 2020 een ouderdomspensioen uit Polen ontvangen. Het UWV heeft daarop haar WIA-uitkering herzien en de te veel ontvangen bedragen teruggevorderd. Eiseres stelt dat zij gedwongen was het pensioen aan te vragen, onvoldoende is geïnformeerd over de gevolgen, en dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld. Ook voert zij strijd met het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel aan.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij gedwongen was het pensioen aan te vragen en dat het UWV haar voldoende heeft geïnformeerd, onder meer via het toekenningsbesluit waarin staat dat een buitenlandse uitkering invloed heeft op de WIA-uitkering. De stelling dat het UWV een toezegging deed dat het Poolse pensioen geen gevolgen zou hebben, is niet bewezen. Ook is geen sprake van ongelijke behandeling ten opzichte van anderen met een buitenlands pensioen.
Het UWV heeft de herziening en terugvordering terecht uitgevoerd conform wettelijke bepalingen en beleidsregels. Er zijn geen dringende redenen die terugvordering of herziening in de weg staan. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.