ECLI:NL:CRVB:2016:299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ ondanks bezwaar over vermogen en belangenafweging
Appellant, geestelijk en lichamelijk gehandicapt en woonachtig in een AWBZ-instelling, was het niet eens met de door het CAK vastgestelde eigen bijdrage voor zijn zorgkosten. Hij betoogde dat zijn vermogen, bestaande uit een aandeel in het ouderlijk huis, niet liquide is en dat de berekening van de eigen bijdrage onjuist was vanwege een te hoge grondslag sparen en beleggen.
De rechtbank wees het beroep af omdat het CAK de eigen bijdrage correct had berekend volgens het Bijdragebesluit zorg, gebruikmakend van gegevens van de Belastingdienst. Appellant had niet aannemelijk gemaakt dat deze gegevens onjuist waren en werd verwezen naar de Belastingdienst voor eventuele correcties.
In hoger beroep voerde appellant aan dat een lagere WOZ-waarde en een gereserveerd spaartegoed niet waren meegewogen, en dat de financiële gevolgen voor hem en zijn broer onvoldoende waren betrokken. De Raad oordeelde dat het hoger beroep van de curator niet-ontvankelijk was omdat hij niet rechtstreeks bij het besluit betrokken was. Verder bevestigde de Raad dat het CAK terecht de gegevens van de Belastingdienst gebruikte en dat het Bijdragebesluit zorg geen ruimte biedt voor afwijkingen op basis van bijzondere omstandigheden of belangenafwegingen.
De Raad overwoog dat het Bijdragebesluit zorg niet in strijd is met geschreven of ongeschreven recht en dat in specifieke gevallen betalingsregelingen mogelijk zijn. Het bestreden besluit werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de curator is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit over de eigen bijdrage is bevestigd.