ECLI:NL:CRVB:2016:3006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens onvoldoende verantwoording zorgkosten
Appellante ontving in 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) van €58.181,45 voor zorg. Na intensieve controle stelde het Zorgkantoor het pgb definitief vast op €46.645,80 en vorderde een bedrag van €11.535,67 terug wegens onvoldoende verantwoording.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij €55.795 aan zorg had verantwoord, maar het Zorgkantoor accepteerde slechts €45.773,08.
De Raad oordeelt dat appellante niet heeft voldaan aan de verplichtingen uit artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ en dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager heeft vastgesteld en het bedrag van €10.021,92 heeft teruggevorderd. De bankafschriften en loonstroken bieden onvoldoende bewijs dat dit bedrag is besteed aan zorg waarvoor het pgb is verleend. De stelling dat gespecificeerde declaraties ondoenlijk zijn, wordt verworpen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €10.021,92 wegens onvoldoende verantwoording van het pgb.