ECLI:NL:CRVB:2016:3027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor entreekosten onder curatele stelling ondanks te late aanvraag
Appellant is op 4 september 2012 onder curatele gesteld en vroeg bijzondere bijstand aan voor entreekosten en eigen bijdrage rechtsbijstand. Het college wees de aanvraag af omdat deze niet binnen drie maanden na het ontstaan van de kosten was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad oordeelt dat de entreekosten pas zijn opgekomen bij de benoeming van de curator en dat de aanvraag binnen drie maanden na dat moment is gedaan. Daarmee heeft het college het beleid niet consistent toegepast bij afwijzing van de aanvraag voor entreekosten. Voor de eigen bijdrage rechtsbijstand is de aanvraag te laat ingediend en het beroep faalt daarvoor.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover het de entreekosten betreft en wijst de bijzondere bijstand voor deze kosten toe. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierechten. Hiermee wordt het beroep gegrond verklaard en het college verplicht tot toekenning van bijzondere bijstand voor entreekosten ad € 684,25.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van beleidsregels omtrent termijnen voor bijzondere bijstand en het onderscheid tussen het moment van kostenopkomst en datum aanvraag. De beslissing leidt tot een finale geschilbeslechting in het voordeel van appellant.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor entreekosten wordt toegewezen en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.