ECLI:NL:CRVB:2016:3030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van functioneren ambtenaar politie en bevestiging van negatieve beoordeling
Appellant, werkzaam bij de Landelijke Eenheid van de politie met een taakaccent op transport en milieu controle, verzocht om doorstroming naar een hogere schaal. Over de periode oktober 2010 tot oktober 2012 werd een beoordeling opgesteld door twee beoordelaars, S en Z, met een overwegend voldoende eindoordeel, maar enkele onderdelen met onvoldoende scores. De korpschef verklaarde het bezwaar tegen deze beoordeling ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, met de overweging dat de beoordeling zorgvuldig en op voldoende gronden was gebaseerd. Appellant stelde in hoger beroep dat de beoordeling niet rechtsgeldig tot stand was gekomen omdat het managementteam als beoordelaar zou hebben opgetreden, wat volgens hem in strijd was met het beoordelingsreglement.
De Raad verwierp dit standpunt en oordeelde dat het managementteam niet als beoordelaar fungeerde. Ook het argument dat de beoordelaars onvoldoende zicht hadden op het functioneren van appellant werd verworpen, mede omdat de beoordelaars direct leidinggevenden waren en er dagelijkse briefings plaatsvonden. Het jaargesprek met een nieuwe leidinggevende werd als startgesprek gezien en niet als vergelijkbare beoordeling.
De Raad concludeerde dat de beoordeling zorgvuldig tot stand was gekomen en op voldoende gronden berustte. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beoordeling van appellant wordt bevestigd.