ECLI:NL:CRVB:2016:3123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herplaatsing ambtenaar niet passend vanwege onvoldoende rekening houden met arbeidsverleden en beloning
Betrokkene, een ambtenaar met een langdurig arbeidsverleden als juridisch medewerker en een universitaire opleiding Nederlands recht, werd wegens ziekte herplaatst in een functie van uitvoerend medewerker met een halvering van de arbeidsduur en een aanzienlijke loonsverlaging. Het waterschap stelde dat deze functie passend was, mede op basis van een rapport van de Arbo Unie en het feit dat betrokkene hiermee had ingestemd.
De rechtbank vernietigde het besluit tot herplaatsing omdat het niet was meegewogen dat betrokkene later weer geschikt werd verklaard voor haar eigen functie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van het UWV van 14 november 2014, waarin betrokkene geschikt werd verklaard, een nieuw feit is dat niet in de heroverweging van het herplaatsingsbesluit van 17 juli 2014 betrokken hoeft te worden, omdat dit besluit ziet op een peildatum.
Wel stelde de Raad vast dat de herplaatsing een wijziging van de aanstelling betreft met diep ingrijpende gevolgen en dat de inspanningsverplichting tot het aanbieden van passende arbeid nauwgezet moet worden nageleefd. De functie van uitvoerend medewerker lag ver onder het niveau van betrokkene's eerdere functie, met een forse achteruitgang in beloning en arbeidsduur. Daarom is deze functie niet passend te achten.
De Raad bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit en herroeping van het primaire besluit, en veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herplaatsing wordt vernietigd omdat de aangeboden functie niet als passende arbeid kan worden beschouwd.