ECLI:NL:CRVB:2016:3150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks psychische en financiële omstandigheden appellant
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, die het college van burgemeester en wethouders van Diemen introk per 11 mei 2012 vanwege overschrijding van inkomsten. Het college vorderde vervolgens de kosten van bijstand over de periode 11 mei 2012 tot en met 30 april 2013 terug, omdat appellant het college niet volledig had geïnformeerd over zijn inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij destijds in moeilijke psychische omstandigheden verkeerde en daarom geen bezwaar had gemaakt tegen het intrekkingsbesluit. Tevens stelde hij dat het college vanwege zijn financiële situatie van terugvordering had moeten afzien.
De Raad oordeelt dat het intrekkingsbesluit onherroepelijk is geworden doordat appellant geen rechtsmiddel heeft ingesteld, ongeacht zijn psychische omstandigheden. De wettelijke regeling verplicht het college tot terugvordering bij onrechtmatige bijstand, tenzij dringende redenen aanwezig zijn. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de terugvordering onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor hem heeft, aangezien schulden op zichzelf onvoldoende zijn en bescherming via beslagvrije voet mogelijk is.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.