ECLI:NL:CRVB:2016:316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wegens overschrijding norminkomen
Appellanten ontvingen een aanvullende tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Atcg) op grond van de Wet werk en bijstand en beleidsvoorschriften. Het college beëindigde deze tegemoetkoming per 1 februari 2014 omdat het gezamenlijke jaarinkomen in 2012 hoger was dan het norminkomen. Dit besluit werd herroepen omdat het inkomen over 2013 getoetst had moeten worden.
Vervolgens werd de Atcg alsnog beëindigd per 1 februari 2014 op basis van het inkomen over 2013, met een gewijzigde beëindigingsdatum van 1 mei 2014. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit alleen voor de vergoeding van kosten rechtsbijstand, maar handhaafde het besluit verder.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij mochten vertrouwen op het besluit van 27 februari 2014 dat zij de Atcg het gehele jaar 2014 zouden ontvangen. De Raad oordeelde dat hiervoor uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen nodig zijn, die niet waren gedaan. Het college had de bevoegdheid om een fout te herstellen en het inkomen over 2013 te toetsen, zonder dat dit in strijd was met rechtszekerheid of andere rechtsbeginselen.
Daarom werd het beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de aanvullende tegemoetkoming wegens overschrijding van het norminkomen zonder schending van het vertrouwensbeginsel.