Uitspraak
mr. W.P.F. Oosterbos.
OVERWEGINGEN
12 december 2013 tot en met 31 december 2013.
BESLISSING
A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van B. Dogan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant trad op 12 december 2013 in dienst bij een uitzendbureau en werd op 17 februari 2014 ziek gemeld. Het UWV stelde het Ziektewet-dagloon vast op basis van het loon uit deze dienstbetrekking, conform artikel 3, eerste lid, van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.
Appellant maakte bezwaar omdat hij vond dat ook het loon uit een eerdere dienstbetrekking bij een andere werkgever, waarvan dezelfde natuurlijke persoon eigenaar was, meegewogen had moeten worden. Het UWV wees het bezwaar af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het loon alleen uit de dienstbetrekking waaruit de ziekte is ontstaan relevant is.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitleg. De Raad oordeelde dat het Dagloonbesluit geen ruimte biedt om het dagloon te baseren op meerdere dienstverbanden, ook niet als dezelfde persoon eigenaar is van beide werkgevers. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het dagloon wordt bevestigd op het loon uit de dienstbetrekking waaruit de ziekte is ontstaan.