ECLI:NL:CRVB:2016:3175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en niet-gemelde nevenwerkzaamheden bij DJI
Appellant was sinds 2005 werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en kreeg in het verleden al disciplinaire maatregelen opgelegd wegens plichtsverzuim. In 2012 werd hij de toegang tot de gebouwen van de dienst ontzegd vanwege een onderzoek naar nevenwerkzaamheden. Uiteindelijk verleende de minister in 2013 onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim, omdat appellant nevenwerkzaamheden als beveiliger had verricht zonder dit te melden en hierover onwaarheden had verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij geen nevenactiviteiten had verricht en dat het ontslag onevenredig was. Ook beriep hij zich op het gelijkheidsbeginsel, verwijzend naar een collega die niet was ontslagen.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk nevenwerkzaamheden had verricht die volgens de Gedragscode DJI altijd gemeld moeten worden, ongeacht of deze betaald of onbetaald waren. Het niet melden hiervan vormde plichtsverzuim. Gezien eerdere waarschuwingen en disciplinaire maatregelen was het ontslag niet onevenredig. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van de collega niet vergelijkbaar was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het onvoorwaardelijk strafontslag wordt bevestigd.