ECLI:NL:CRVB:2016:3201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eerdere ingangsdatum bijstand en afwijzing lening als middel voor levensonderhoud
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 1 januari 2012, maar het college kende bijstand toe vanaf 19 januari 2012. De rechtbank vernietigde de maatregel van korting op de bijstand, maar oordeelde dat de ingangsdatum terecht was vastgesteld op 19 januari 2012. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische gesteldheid hem verhinderde zich eerder te melden en dat de kortingen onterecht waren omdat de vermeende giften van zijn ouders in werkelijkheid leningen waren.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak geen recht bestaat op bijstand vóór de datum van melding, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Uit medische gegevens bleek niet dat appellant tussen 1 en 19 januari 2012 niet in staat was zich te melden. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de betalingen van zijn ouders leningen waren voor levensonderhoud, omdat de afspraken hierover niet concreet en tijdig waren vastgelegd.
Daarmee faalden de gronden van appellant en bevestigde de Raad de eerdere uitspraak dat de ingangsdatum van de bijstand op 19 januari 2012 terecht is vastgesteld en dat de kortingen vanwege inkomsten juist zijn toegepast. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ingangsdatum van bijstand op 19 januari 2012 en wijst het beroep tegen de kortingen af.