ECLI:NL:CRVB:2016:3255
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functietoewijzing en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in ambtenarenzaak
Appellant was sinds 2000 werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht en voerde een procedure tegen de minister van Defensie over de toewijzing van een functie senior met de rang van majoor. Na een primair besluit in 2008 dat zijn sollicitatie niet werd behandeld, volgden diverse bezwaar- en beroepsprocedures. De Raad oordeelde in 2012 dat appellant de functie met de hogere rang alsnog had moeten worden aangeboden, wat in 2012 is gebeurd en door appellant is aanvaard.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het besluit van 2012 ongegrond verklaard, stellende dat geen terugwerkende kracht voor functietoewijzing uit de eerdere uitspraak volgde. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellant de functie destijds met de lagere rang kapitein niet wilde aanvaarden. De toekenning per 1 april 2012 is redelijk.
Daarnaast is de redelijke termijn van de procedure overschreden met vier jaar, waarvoor een immateriële schadevergoeding van €4.000,- wordt vastgesteld. Hiervan komt €750,- voor rekening van de Staat en €3.250,- voor rekening van de minister. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De functie senior met rang majoor wordt niet met terugwerkende kracht toegekend; schadevergoeding van €4.000,- wegens overschrijding redelijke termijn wordt toegekend.