Uitspraak
OVERWEGINGEN
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een vrijwillig brandweerman sinds 1983, was volgens korpsorder 45 verplicht om jaarlijks 12 tot 24 kazernediensten te verrichten. Na organisatorische veranderingen binnen de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en een grotere inzet van beroepspersoneel, is appellant vanaf eind 2010 niet langer verplicht tot kazernediensten.
Appellant verzocht in 2013 om inroostering en betaling van vergoedingen met terugwerkende kracht, maar het bestuur wees dit af op grond van de Roostervoorwaarden 2011-2013, waarin de verplichting tot kazernediensten voor vrijwilligers is omgezet in een vrijwillige regeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het bestuur hem niet van de verplichting had ontheven en dat hij ten onrechte niet werd ingeroosterd. De Raad oordeelde dat het bestuur terecht uitging van de Roostervoorwaarden en dat appellant door zijn beperkte beschikbaarheid niet verplicht was in te roosteren. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.