ECLI:NL:CRVB:2016:3297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere bijstand reiskosten en dwangsom bij niet tijdig beslissen
Betrokkene had bijzondere bijstand aangevraagd voor reiskosten in verband met gerechtelijke procedures. Het college verleende aanvankelijk een beperkte bijzondere bijstand en verklaarde bezwaar tegen latere aanvragen niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding of onvoldoende bewijs van indiening.
De rechtbank had het college veroordeeld tot het nemen van een besluit op de aanvraag van 18 juli 2012 en een dwangsom opgelegd wegens niet tijdig beslissen. Het college stelde in hoger beroep dat reeds op deze aanvraag was beslist met het besluit van 11 oktober 2012, maar dat besluit was onvolledig omdat niet alle reiskosten waren beoordeeld.
De Raad oordeelt dat onvolledig beslissen niet gelijk staat aan niet beslissen, waardoor de dwangsom ten onrechte is opgelegd. Het college heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat het besluit van 11 oktober 2012 tijdig is verzonden, waardoor het bezwaar van betrokkene terecht niet-ontvankelijk is verklaard. De Raad kent betrokkene daarom aanvullende bijzondere bijstand toe van € 78,60 en veroordeelt het college in proceskosten van in totaal € 3.472,-.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 11 oktober 2012 wordt gegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot aanvullende bijzondere bijstand en proceskostenvergoeding.