Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting en verzuimboetes opgelegd wegens het niet doen van aangifte en niet betalen over 2014. Na het indienen van een aangifte en bezwaarschrift, stelde de inspecteur op 12 juni 2015 een kennisgeving op met vermindering van aanslag en boete, maar dit werd door het Hof niet als een formele uitspraak op bezwaar beschouwd vanwege gebrek aan motivering en rechtsmiddelverwijzing.
Op 4 september 2015 stelde de inspecteur een formele uitspraak op bezwaar vast waarin de aanslag en boetes werden vernietigd. Belanghebbende stelde de inspecteur vervolgens in gebreke wegens het uitblijven van een uitspraak op bezwaar en startte een beroep wegens niet tijdig beslissen, dat door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het Hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de kennisgeving van 12 juni 2015 geen uitspraak op bezwaar was en dat de formele uitspraak op 4 september 2015 tijdig was gedaan. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen was daarom niet ontvankelijk. Het Hof oordeelde ook dat het ontbreken van een beslissing over proceskostenvergoeding in de uitspraak op bezwaar geen reden is voor een beroep wegens niet tijdig beslissen. Het beroep tegen de beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding wordt door het Hof alsnog aan de rechtbank toegezonden voor behandeling.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een veroordeling in proceskosten af.