Uitspraak
.
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 27 oktober 2014 een aanvraag in op grond van de Wet werk en bijstand na terugkeer uit Thailand. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet alle gevraagde financiële gegevens had overlegd, waaronder bewijs van een ontvangen bedrag van €35.000,- uit 2009 en bankgegevens van een derde rekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de fase van inhoudelijke beoordeling was aangebroken en het college niet bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen. Appellant gaf onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie en schond daarmee zijn inlichtingenplicht.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en wijst de aanvraag af. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie; het college is veroordeeld in de proceskosten.