ECLI:NL:CRVB:2015:312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in inkomsten voorafgaand aan aanvraag
Appellant diende op 21 augustus 2012 een aanvraag om bijstand in, met als gewenste ingangsdatum 4 augustus 2012. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant onvoldoende gegevens had verstrekt over zijn financiële situatie, mede vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie van zijn voormalige bedrijven en een aangetroffen hennepkwekerij.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant weliswaar stukken heeft overgelegd, waaronder verklaringen over geldleningen en bankafschriften, maar onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn inkomsten over de periode voorafgaand aan de aanvraag. Het college had de aanvraag inhoudelijk kunnen beoordelen en had ten onrechte artikel 4:5 Awb Pro toegepast om de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De Raad stelt vast dat appellant niet voldoet aan zijn medewerkingsplicht en onvoldoende objectieve en verifieerbare informatie heeft verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Daarom wordt het besluit tot buiten behandeling stelling herroepen en de aanvraag afgewezen. Tevens wordt het college veroordeeld in de kosten van appellant.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de inkomsten voorafgaand aan de aanvraag.