Uitspraak
OVERWEGINGEN
14.6252 WIA
15.2498 WIA
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak 1;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als monteur buitendienst, vroeg een loongerelateerde WGA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door rugklachten en andere medische aandoeningen. Het UWV kende hem een uitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 38,62%. Appellant stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen en verzocht om verhoging naar 100%, hetgeen werd afgewezen na medisch onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen nieuwe medische informatie was die een ander oordeel rechtvaardigde. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat er sprake was van progressieve polyartrose, oogklachten en een noodzaak tot pauzes, maar kon dit niet met nieuwe medische gegevens onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische beperkingen van appellant niet zodanig waren toegenomen dat een hogere uitkering gerechtvaardigd was. Verzoeken om vergoeding van wettelijke rente werden afgewezen. De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraken terecht zijn bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot verhoging van de WGA-uitkering wegens het ontbreken van een toename van arbeidsongeschiktheid die ten minste twee maanden heeft geduurd.