Uitspraak
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was tijdelijk aangesteld bij de gemeente Alkmaar en betwistte het einde van zijn dienstverband per 1 juli 2015. Hij stelde dat zijn aanstelling als [functie B] doorliep tot circa mei 2016 en dat het college hem onvoorwaardelijk had toegezegd het dienstverband voort te zetten.
De Raad oordeelde dat de benoeming van appellant tijdelijk was, conform artikel 61 van Pro de Wet arhi en artikel 102 van Pro de Gemeentewet. Het besluit van 22 december 2014 beperkte de aanstelling tot 1 juli 2015 en was niet tijdig bestreden, waardoor formele rechtskracht geldt. De Raad vond onvoldoende bewijs voor een stellige en onvoorwaardelijke toezegging tot voortzetting van het dienstverband.
Daarnaast speelde een vertrouwensconflict en financieel-organisatorische problemen binnen de gemeente, waardoor het college niet gehouden was de aanstelling te verlengen. Het verzoek tot het horen van getuigen werd afgewezen omdat dit het beoogde doel niet zou bereiken.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de tijdelijke aanstelling blijft in stand.