Eiser werd tijdelijk benoemd tot gemeentesecretaris van de nieuwe gemeente Alkmaar per 1 januari 2015, op grond van een besluit van het college van gedeputeerde staten. De voormalige gemeente Alkmaar verlengde deze aanstelling voor zes maanden tot 1 juli 2015. Verweerder stelde eiser op non-actief vanwege een vertrouwensbreuk en besloot de tijdelijke aanstelling niet te verlengen.
Eiser betwistte de beëindiging van zijn aanstelling en de non-actiefstelling, stellende dat zijn benoeming door het college van gedeputeerde staten nog steeds rechtskracht heeft en dat er sprake was van een rechtens te honoreren toezegging tot verlenging. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 22 december 2014, ondanks onbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Alkmaar, formele rechtskracht heeft gekregen omdat eiser geen bezwaar had gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat de tijdelijke aanstelling rechtsgeldig eindigde op 1 juli 2015 en dat het niet verlengen daarvan niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel. De non-actiefstelling met behoud van bezoldiging en ontzegging van toegang tot gemeentelijke gebouwen werd als een passende maatregel gezien vanwege de ontstane vertrouwensbreuk. Het beroep tegen het besluit tot niet-verlenging werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 18 augustus 2015 niet-ontvankelijk.