ECLI:NL:CRVB:2016:345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij re-integratieplicht
Appellant, voormalig onderhoudsmonteur, viel sinds december 2012 uit wegens lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde een re-integratieplan op voor de periode 18 juli 2013 tot 8 mei 2014, dat appellant ondertekende. Appellant maakte bezwaar tegen een brief van het UWV over het plan, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat het re-integratieplan was verlopen en geen sancties waren opgelegd voor het niet naleven ervan. Appellant stelde in hoger beroep dat hij nog steeds beperkingen ondervindt en overhandigde medische stukken ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat procesbelang ontbreekt wanneer het beoogde resultaat niet meer kan worden bereikt en dat het formele belang onvoldoende is. Omdat het plan was verlopen en geen verplichtingen meer konden worden opgelegd, bevestigde de Raad de niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende procesbelang.