ECLI:NL:CRVB:2016:3519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding handel in auto's
Appellanten ontvingen sinds 2006 bijstand en werden onderzocht vanwege meerdere kentekens op hun naam. Uit het onderzoek bleek dat zij tussen 2006 en 2011 negentien voertuigen op hun naam hadden, vaak kortstondig, wat duidt op transacties die niet bij het college waren gemeld. Het college trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde terugbetaling van €15.495,64.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellanten voerden onder meer aan dat zij achteraf informatie hadden verstrekt en dat sommige voertuigen oud waren of aan hun zoon waren overgedragen, maar deze gronden werden verworpen. De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij recht op bijstand hadden indien zij wel aan hun meldingsplicht hadden voldaan.
Ook de aangevoerde dringende redenen om terugvordering te vermijden werden niet erkend. De opgelegde maatregel van 100% verlaging van bijstand over oktober 2012 werd eveneens gehandhaafd. De Raad concludeert dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden en bevestigt de intrekking, herziening, terugvordering en maatregel zoals vastgesteld door het college en de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van transacties met auto's.