ECLI:NL:CRVB:2016:406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens niet-naleving verantwoordingsplicht
Appellante ontving voor 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) van €31.962,26. Het Zorgkantoor stelde het pgb later vast op basis van ingediende verantwoordingen en concludeerde dat €11.832,87 teruggevorderd moest worden wegens onvoldoende verantwoording van zorgkosten.
De rechtbank wijzigde dit bedrag naar €4.632,87 na acceptatie van aanvullende zorgkosten. De rechtbank oordeelde dat appellante niet had voldaan aan de verantwoordingsplicht voor zorgverleners, waardoor het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en terugvordering te doen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de zorg door familie was verleend en dat een vriend de verantwoording had gedaan vanwege taalproblemen. De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan de verplichtingen uit artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ (Rsa), dat de bedragen op formulieren en bankafschriften niet overeenkwamen, en dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager vaststelde en het bedrag terugvorderde.
De Raad bevestigde dat het Zorgkantoor zijn discretionaire bevoegdheid met een evenredige belangenafweging had uitgeoefend, waarbij het belang van handhaving van de verplichtingen zwaarder woog dan het belang van appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €4.632,87 wegens niet-naleving van de verantwoordingsplicht.