ECLI:NL:CRVB:2016:4106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihil vaststelling pgb 2013 en terugvordering onverschuldigde voorschotten
Appellant ontving voor 2013 een pgb van €16.616,36, maar het Zorgkantoor stelde dit bedrag later op nihil vast en vorderde de voorschotten terug omdat niet kon worden aangetoond dat het pgb daadwerkelijk aan AWBZ-zorg was besteed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de administratie ontbrak en de zorg niet gespecificeerd was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het pgb wel volledig was besteed aan AWBZ-zorg.
De Raad oordeelt dat op grond van de Regeling subsidies AWBZ en de Algemene wet bestuursrecht het Zorgkantoor bevoegd was het pgb op nihil vast te stellen en voorschotten terug te vorderen. Er was geen gespecificeerde declaratie, geen urenregistratie of agenda, en de verklaring van de zorgverlener was onvoldoende.
Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het hoger beroep afgewezen. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het pgb voor 2013 wordt terecht op nihil vastgesteld met terugvordering van voorschotten.