Uitspraak
.Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van de Nadort. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 2007 werkzaam bij de gemeente en tevens gemeenteraadslid. Na verstoorde verhoudingen met de gemeentesecretaris en mislukte pogingen tot verbetering via een externe procesbegeleider, werd appellant in 2014 eervol ontslagen wegens een verstoorde arbeidsrelatie en impasse.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant geen recht had op een Van werk naar werk-traject en dat het college voldoende had gemotiveerd dat de arbeidsverhouding verstoord was. Appellant ging in hoger beroep.
De Raad concludeert dat de verstoorde relatie voldoende is vastgesteld, dat de vaststellingsovereenkomst geen verplichting tot een VWNW-traject bevat, en dat herplaatsing binnen de gemeente niet redelijkerwijs verwacht kon worden. Beide partijen droegen bij aan de verstoorde verhouding, maar er was geen overwegend aandeel van het college.
De Raad bevestigt het ontslagbesluit en acht de regeling passend. Er is geen aanleiding voor aanvullende compensatie. Tevens wordt een vergoeding toegekend aan de getuige voor gemaakte kosten.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens een verstoorde arbeidsrelatie wordt bevestigd zonder recht op een Van werk naar werk-traject.